U bent hier

Telegraaf: Storm in een Glas Water

2010-11-05 - De Telegraaf heeft een artikel gepubliceerd naar aanleiding van de geruchten rond het mogelijk aan banden leggen van het Kanaalzwemmen. Ik ben uitgebeid geinterviewd door Marjolein Schipper. ze heeft een fraai expose gemaakt. Hieronder het origineel. De Telegraaf heeft e.e.a. redactioneel ingekort. De foto's bij onderstaande artikel zijn de foto's die vanuit Channel Team Wassenaar en de IJsselmeerbikkels zijn ingestuurd. De teksten zijn daarbij voor deze publicatie ingevoegd. Onderaan het artikel zoals het na redactie in De Telegraaf te vinden is.

(Red channelchallenge: veel uitspraken die hieronder als citaat van Marcel de Greef worden weergegeven zijn ook uitspraken die ik zelf gedaan heb. Dat is niet zo gek voor de situatie en het thema.)

Een ongelooflijke twintig uur lang zwom Amsterdammer Marcel Degreef twee jaar geleden in de Noordzee. Keihard bikkelen, want de Kanaalzwemmer had verwacht ‘slechts’ dertien uur te doen over het 33 kilometer lange stuk tussen Engeland en Frankrijk. Sinds 1875 maakten zo’n elfhonderd zwemmers de legendarische oversteek en de belangstelling neemt elk jaar toe. Maar afgelopen week bleek dat de beroepsvaart zich ergert aan het toegenomen ‘zwemverkeer’. Een storm in een glas water, vinden de Nederlandse Kanaal-adepten: “Dit is een fenomeen dat nooit mag verdwijnen. Je schaft de Elfstedentocht toch ook niet af?”

Het was in 1951 een zure pil voor Jan van Hemsbergen, die zich vast had voorgenomen de eerste Nederlander te worden die het Kanaal zou overzwemmen. En jawel: Van Hemsbergen haalde het, na jaren noeste voorbereiding, glorieus. Maar helaas. De organisator, Butlin Holiday Camps, had verzuimd een officiële waarnemer van de Channel Swimming Association aan boord van het begeleidingsschip mee te nemen. Van Hemsbergen kon hoog springen en hij kon laag springen: zijn poging werd niet officieel in de boeken op genomen. Een feit dat hem zijn hele leven bleef dwars zitten.

Het geeft maar aan dat Kanaal-zwemmen aan strenge regels is gebonden. De populariteit wordt echter steeds groter. Wie volgend jaar de oversteek zou willen wagen, kan al niet meer terecht. De twee organiserende verenigingen uit Engeland, de Channel Swimming Organisation en de Channel Swimming & Piloting Organisation, zitten zelfs voor 2012 al bijna vol. Kanaalzwemmen kan in verband met de watertemperatuur namelijk alleen in juli, augustus en september, en alleen onder begeleiding van een gecertificeerde schipper.

“Die vaart naast je en houdt niet alleen contact met de Kustwacht en de beroepsvaart, maar is ook getraind om te zien of je niet onderkoeld raakt,” zegt Kanaalzwemmer Marcel Degreef, de negentiende van de in totaal twintig Nederlanders die sinds 1951 succesvol het Kanaal overstaken. “Je ligt namelijk op een bepaalde manier in het water. Gaat het onderste deel van je lichaam ‘zakken’ dan is dat een veeg teken. Ze kunnen ook via GPS goed checken of je nog wel voldoende vooruit komt. Zo net, dan wordt je subiet uit het water gehaald, ook als je dat zelf per se niet wilt.”

Ook die regels zijn tot het uiterste aangescherpt nadat enige jaren geleden een Zwitserse zwemmer omkwam. Zijn coach, aan boord van het begeleidingsschip, vond dat de zwemmer best nog kon doorgaan terwijl de schipper hem aan boord wilde halen. Tijdens de woordenwisseling die daarover ontstond ging de Zwitser kopje onder en verdronk.

“Maar die dode had dus niets met de beroepsvaart te maken,” zegt Degreef, die zich slecht kan voorstellen dat men last heeft van de zwemmers: “De beide verenigingen hebben ongeveer twaalf zeer ervaren kapiteins in dienst. Die weten dat de beroepsvaart niet kan uitwijken, een tanker heeft een remweg van tientallen kilometers. Maar omdat de begeleidingsschepen zijn toegerust met de modernste apparatuur kunnen ze hun eigen koers een stukje verleggen zodat je op veilige afstand van die grote jongens blijft. En in het uiterste geval gaan ze er toe over je zonder pardon uit het water te vissen en simpel snel weg te varen.”

Zelf zwom hij in 2008 ook dwars door de vaarroutes van de beroepsvaart heen: “Maar daar krijg je als zwemmer bijna niets van mee. Het enige wat je doet is borstcrawlen, borstcrawlen en nog eens borstcrawlen. Om het half uur krijg je een bidon met vloeibaar voedsel toegeworpen, die drink je even leeg en hup daar ga je weer. Ik heb de techniek van het lange-afstandszwemmen speciaal aangeleerd voor het Kanaal. Als voorbereiding heb ik het Meer van Zurich overgezwommen, dat was twintig kilometer. Bij de inschrijving moet je bewijzen dat je of een lange afstand hebt afgelegd, of meer dan twee uur in water van minder dan zestien graden hebt gezwommen. Ook financieel is het trouwens niet iets dat je zomaar voor de lol doet, die begeleidingsboot kost zo’n 2500 pond (ruim 2800 euro, red.).”

En wie dan uitgeput in Frankrijk aan land strompelt hoeft geen warm welkom te verwachten. Vanuit Frankrijk is Kanaalzwemmen al sinds 1996 verboden. Het is de zwemmers vanuit Engeland toegestaan om maximaal twintig minuten op Franse grond te verblijven maar daarna moeten deze wel heel bijzondere ongewenste vreemdelingen de boot weer in om enkele uren terug te varen naar Engeland. Degreef: “Dan lig je onder een warme deken op de bodem van de boot. In het gelukzalige besef dat je het hebt gehaald.”

En dat alles gewoon in een zwembroekje met eventueel een brilletje en oordoppen. Wetsuits zijn verboden, althans het mag wel: maar dan wordt de poging niet officieel erkend. Dit alles omdat de eerste Kanaalzwemmer, Matthew Webb, in 1875 óók gewoon in alleen een zwembroekje de oversteek waagde. Traditie is nu eenmaal traditie. Webb deed er 21 uur en 45 minuten over. Daarna duurde het maar liefst vijfendertig jaar voor iemand opnieuw het stuk zee wist te bedwingen. Een bijzonder stuk, zo uitdagend omdat je vanuit Dover bij goed weer het Franse vasteland gewoon kunt zien liggen. Het líjkt dan dichtbij maar is dat toch helemaal niet, zo ervoer ook Jabez Wolffe, die van 1906 tot 1913 tweeëntwintig pogingen deed die alles mislukten. Vier keer was hij la Douce France tot op een mijl genaderd…

Overigens lukt slechts tien procent van alle pogingen, de rest moet opgeven. In 1926 was Gertrude Ederle de eerste vrouw die het voor elkaar wist te krijgen, en nog heel snel ook. De kòrtste poging staat op naam van Bruno Tujana, een Zwitserse zwemmer, die in 1952 na 100 ‘yards’ al de zwembroek in de ring gooide. Hij verbleef toen nog in kniediep water! Na de gewone overtochten ontstonden ook allemaal varianten. Heen en weer terug zwemmen, of zelfs heen, terug, en dan weer heen. Onderwater zwemmen. En in 1990 zwom de beenloze Poolse Lucy Krajewska de afstand, net als deze zomer Philippe Croizon, die daarbij ook nog eens vrijwel armloos is. Maar omdat hij met flippers zwom (hulpmiddel, dus verboden) werd zijn poging niet in de officiële boeken opgenomen.

Maar daar gaat het ook niet om, weet Richard Broer, boegbeeld van het lange-afstandzwemmen in Nederland. “Bij Kanaalzwemmen is het toverwoord ‘inspiratie’. En het feit dat deze meneer Croizon de overkant wist te halen is wel heel bijzonder inspirerend. Bij deze sport gaat het puur om de ultieme kick van het uittesten van de eigen grenzen,” aldus Broer die weet dat de Nederlandse Kanaalzwemmer bijna altijd afkomstig is uit een select groepje van enkele tientallen lange-afstandzwemmers. Die zich bijvoorbeeld bezig houden met ‘Oceans 7’, het bezwemmen van beroemde lange afstanden in de hele wereld zoals de Straat van Malakka. Zelf zwom Broer ooit rond Manhattan en in augustus ‘deed’ hij het Kanaal nog, weliswaar in een estafetteploeg genaamd de ‘IJsselmeerbikkels’. Volgend jaar gaat hij wéér, dan met het Channel Team Wassenaar. Met deze estafetteploeg hoopt hij een ton bij elkaar te brengen voor onderzoek naar acute lymfatische leukemie. (Redactie channelchallenge: Richard heeft nooit Manhattan gezwommen - he wishes!)

Broer weet overigens wel waar de ergernis van de beroepsvaart vandaan komt: “De vermeende ergernis, want het ging hier om een uitspraak van een individuele ferry-kapitein. Ze irritere zich niet zozeer aan de zwemmers als wel aan alle ‘funvoertuigen’ waarmee de overtocht worden gemaakt, variërend van een houten klomp tot en met een ambifievoertuig. Die zijn natuurlijk niét zo gemakkelijk uit het water te vissen als ze in de route van een oceaanstomer terecht komen.”

Maar Broer ziet het gemopper van de beroepsvaart ook als onderdeel van de Kanaal-folklore: “Eens in de zoveel jaar vlamt het op en iedereen maakt zich druk. Dan worden de regels wellicht aangescherpt en we zwemmen weer vrolijk verder. Echt, die op traditie beluste Engelsen laten zich heus hun leuke Kanaal-speeltje niet zomaar afpakken!”